Gedragscode Beerschot Vrienden Atletiek Club

  1.  Inleiding

Het bestuur van Beerschot Vrienden Atletiek Club wil er toe bijdragen dat onze leden met plezier kunnen sporten en zich verder ontwikkelen. Normen en waarden bij de beoefening van de atletieksport zijn daarbij van groot belang. BVAC wil actief werken aan de bewustwording bij atleten, trainers, bestuur, juryleden en ouders/verzorgers. We moeten een ontmoetingsplaats zijn waar alle leden gezamenlijk en met plezier deze passie kunnen delen. Het respecteren van enkele gedragsregels kan dan ook een positieve bijdrage leveren aan deze belevenis. Het bestuur alsook de betreffende commissies zullen er op toekijken dat deze gedragsregels worden gerespecteerd en uitgevoerd. Vooral de trainers, begeleiders en ouders/verzorgers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie wat betreft het uitdragen en bewaken van deze code. Bij overtreding ervan kunnen sancties volgen.

  1. Algemeen

De gedragscode is van toepassing voor alle leden van Beerschot Vrienden Atletiek Club. Alle atleten, trainers, juryleden, ouders/verzorgers dienen de gedragscode, die later uitvoerig wordt toegelicht, te volgen.

Doelstelling

Het bestuur van BVAC wil alle leden binnen hun persoonlijke mogelijkheden zo goed mogelijk laten sporten. Enthousiasme, ontspanning en plezier zijn daarbij de belangrijkste elementen. Het streven is om alle categorieën aan de competitie te laten deelnemen op een dusdanig niveau dat voldoende uitdaging biedt om beter te gaan presteren. Door ontwikkeling van zowel het atletisch vermogen als het verenigingsgevoel willen we bewerkstelligen dat BVAC een vereniging is om trots op te zijn.

Over wie gaat het?

Iedereen die lid is, lid wil worden, dan wel als trainer / bestuur / jurylid / vrijwilliger bij BVAC  wil werken, moet van de gedragscode op de hoogte zijn. Voor jeugdleden geldt bovendien dat ook de ouders/verzorgers op de hoogte moeten zijn van de gedragscode. De gedragscode moet door iedereen bij BVAC worden uitgedragen en nageleefd. We moeten elkaar hierop kunnen en durven aanspreken. Goede omgangsvormen vormen het uitgangspunt voor ons handelen.

Waarover gaat het?

Het gaat over hoe we met elkaar om willen gaan. En over regels. Het gaat over wat we normaal vinden en niet normaal vinden. We noemen dit: Normen en Waarden. Eerst proberen we duidelijk te bepalen wat de regels zijn. Daarna spreek je met iedereen af wat we daaronder verstaan (wat is normaal en wat is niet normaal). Wat gebeurt er als mensen (atleten, trainers, bestuur, ouders) zich niet aan de regels van de gedragscode houden? We nemen dan de nodige maatregelen.

  1. Algemene gedragsregels

Het bestuur van Beerschot Vrienden Atletiek Club vraagt nadrukkelijk aandacht voor Normen en Waarden tijdens en na de beoefening van de atletieksport. Hieronder volgt een aantal algemene regels die zowel op de piste als op het gebruik en het betreden van het sportcomplex van toepassing zijn.

Wat zijn onze uitgangspunten?

Atletiek is een individuele sport, die je met je clubleden en met de tegenstander beoefent.

  • We sporten met elkaar, dus ook met de tegenstander.
  • We gedragen ons altijd sportief, ook als anderen minder sportief zijn.
  • We hebben altijd respect voor de jury, ook als deze een fout maakt.
  • De winnaar is degene die ook tegen zijn verlies kan.
  • Sport is er voor iedereen, niet alleen voor uitblinkers.
  • Ik ben zuinig op jouw spullen, ben je dat ook op die van mij?
  • Afspraak is afspraak!
  • Geef altijd het goede voorbeeld
  • Spreek elkaar aan op het gedrag
Op en rond het sportcomplex

Het sportcomplex is van ons allemaal. Wees er zuinig op en zorg, dat het netjes blijft. Denk daarbij in ieder geval aan de volgende punten:

  • Maken we rommel, dan ruimen we dat zelf op.
  • Blijf achter de hekken / reclameborden / afsluiting tijdens een meeting.
  • Voertuigen/rijwielen/Auto’s worden geparkeerd op het daarvoor bedoelde parkeerterrein.
  • De toegangen naar de piste in het belang van de veiligheid vrijhouden.

Degene die zich hier niet aan houdt wordt op dat gedrag aangesproken.

  1. Gedragsregels voor de atleet

De atleten zijn als de leden van BVAC de kern van de vereniging.  Is sportief, vertoont teamgeest als onderdeel van een team en helpt en steunt zijn mede atleten.

  • Wijst een medespeler of tegenstander op onsportief of onplezierig gedrag.
  • Neemt in principe deel aan alle trainingen en meetings en meldt zich tijdig af bij trainer / leider als niet aan de training of meeting kan worden deelgenomen.
  • Komt trainen, is dus gemotiveerd. Toont dat ook !
  • Is bij de training voor aanvang aanwezig.
  • Is voor een meeting op het aangegeven tijdstip aanwezig.
  • Heeft respect voor de tegenstander, de trainer en het publiek.
  • Staat voor fairplay tegenover tegenstander, scheidsrechter en publiek.
  • Accepteert de beslissingen van de jury ook al is de atleet het daar niet mee eens.
  • Is zuinig op alle materialen die je mag gebruiken, dus ook op de piste en kleedkamers.
  • Klopt vuile schoenen buiten de kleedkamer uit.
  • Dient na training en meeting te douchen.(afhankelijk van leeftijd en afspraken)
  • Meldt aan het bestuur of vertegenwoordiger van de vereniging als iets kapot is gegaan.
  • Laat geen waardevolle spullen achter in de kleedkamer.
  • Helpt desgevraagd mee met het verzamelen van materialen na de training.
  • PESTEN IS VERBODEN ! Pesten en plagen zijn twee verschillende dingen. Maak het onderscheid. Heb je het gevoel gepest te worden? Probeer te achterhalen wanneer en waarom. Je hebt een keuze: speel je slachtoffer of doe er iets mee? Pesten is actie en reactie: niet reageren of met humor reageren kan werken! Houdt het pesten aan? Neem dan contact met de vertrouwenspersoon in de club. Vraag de naam aan je trainer.
  • Komt gemotiveerd deelnemen aan de trainingen met respect voor de andere clubleden hun persoonlijkheid.
  • Eet gezond en drink voldoende, zowel buiten als tijdens het sporten.
  • Houd er rekening mee dat bepaalde geneesmiddelen als doping worden gezien. Vraag dus steeds voldoende informatie aan je arts of apotheek. Alcohol, tabak en drugs gaan niet samen met sport
  • Komt een atleet niet naar de training en/of meeting zonder tijdig af te melden dan bepaalt een trainer of begeleider of de atleet al of niet bij de volgende meeting mag deelnemen.
  1. Gedragsregels voor de trainer

Alle gedragsregels van anderen zijn uiteraard ook op de trainer van toepassing.

  • Heeft respect voor atleten, bestuur, ouders/verzorgers en begeleiders.
  • Wees redelijk in eisen tegenover jezelf en de atleet met betrekking tot de tijd, de energie en het enthousiasme van jeugdige spelers. Bedenk dat jongeren ook andere interesses hebben.
  • Leer je atleten dat de regels voor iedereen gelden. Spreek atleten aan die zich niet aan de afspraken houden, maar houd rekening met andere factoren.
  • Wees niet te familiair met jongeren waarmee je werkt. Houd een gezonde afstand. Een aanraking kan maar wees je bewust dat een opgroeiende jongere hier anders mee kan omgaan dan het bedoeld is.
  • Laat de atleet geen dingen doen waar hij/zij zich niet goed bij voelt.
  • Behandel je atleten zoals je zelf zou willen behandeld worden.
  • Ziet erop toe dat zuinig wordt omgegaan met de ter beschikking gestelde materialen, kleedkamers en piste. Zorgt ervoor dat het materiaal voldoet aan de veiligheidseisen en geschikt is voor de leeftijd en de vaardigheid van de jongeren.
  • Brengt spelers passie bij voor de sport.
  • Op basis van de clubvisie begeleid je ook atleten die niet aan competitie willen doen tijdens jou trainingen.
  • Is verantwoordelijk voor de trainingsmaterialen (kegels, hesjes, pionnen, speren, etc.).
  • Zorgt dat de piste na de training (op tijd) leeg is van gebruikte materialen.
  • Bepaalt in samenspraak met de begeleiders en ouders de deelname aan meetings.

Van een trainer wordt verder ook verwacht dat deze:

  • Geen alcohol (en ook geen tabak) gebruikt tijdens het trainen van de atleten.
  • Zorgt voor het schoon houden van de kleedkamer.
  • Zoveel mogelijk deelneemt aan de trainersvergaderingen en eventuele andere overlegvormen die binnen de vereniging worden georganiseerd.
  • Werk aan je eigen competentieniveau: school je regelmatig bij.
  • Bij afgelasting of wijziging van een training zorgt voor tijdige kennisgeving aan de coördinator en aan de atleten.
  • Laat je niet ontgoochelen door een slecht resultaat van je sporter(s). De prestatie van je sporters is slechts een momentopname, jouw kwaliteit als trainer is een constante!
  • Wangedrag of andere problemen rapporteert aan de desbetreffende begeleider, contactpersoon of vertegenwoordiger van de vereniging. Bij wangedrag van de jeugdatleten worden tevens de ouders/verzorgers ingelicht.
  1. Gedragsregels voor de ouders/verzorgers van de atleten

Alle gedragsregels van anderen zijn uiteraard ook op de ouders/verzorgers van toepassing.

  • Is een goed supporter en geeft het goede voorbeeld door respect te hebben voor iedereen op en om de piste.
  • Blijft tijdens de meeting achter de hekken/reclameborden en/of afrastering van de piste.
  • Houd zich afzijdig ten opzichte van de begeleiding van de atleten door trainers en begeleiders.
  • Als een kind niet wil deelnemen aan sport, is daar een reden voor. Forceren helpt niet.
  • Kinderen sporten voor hun plezier, niet voor dat van jou. Jouw kampioen is in de eerste plaats jouw kind, pas daarna atleet.
  • Check wat je kind leuk vindt aan je reacties na de wedstrijd.
  • Kinderen willen niet altijd winnen, ze willen vooral plezier maken. Toon als ouder ook een glimlach als het even niet zo goed gaat. Verander een nederlaag in een overwinning door op andere zaken te wijzen.
  • Moedig je kind aan de regels te volgen (zowel reglement als gedragscode).
  • Ondersteun alle pogingen om positief gedrag te stimuleren en negatief gedrag te voorkomen.
  • Leer je kind dat eerlijkheid en inzet belangrijker zijn dan winnen.
  • Val een jurylid nooit in het openbaar aan en trek de integriteit van de juryleden niet in twijfel.

Van de ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij:

  • Spelers positief aanmoedigen, maar geen technische en tactische aanwijzingen geven.
  • Een gesprek werkt, een verwijt niet.
  • Erken de waarde en het belang van trainers. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten van jouw kind mogelijk te maken.
  • Laat je kind ontwikkelen volgens de sportieve fasen die eigen zijn aan de leeftijd.
  • Helpen bij het vervoer van de atleten naar een meeting.
  • Ervoor zorgen dat zoon/dochter op tijd aanwezig is voor een training of een meeting.
  • Erop toe zien dat zoon/dochter zich op tijd afmeldt voor een training of een meeting.
  • Op tijd de contributie / lidgelden voldoen.

Kritiek, op- en/of aanmerkingen op training, begeleiding of organisatie kan worden gemeld bij de desbetreffende coördinator, contactpersoon of vertegenwoordiger van de vereniging! 

  1. Gedragsregels voor de begeleider

Alle gedragsregels van anderen zijn uiteraard ook op de begeleider van toepassing.

  • Heeft een voorbeeldfunctie voor de atleten en corrigeert kinderen op ongepast gedrag.
  • Heeft respect voor atleten, ouders/verzorgers, trainer, bestuur en tegenstanders.
  • Is op tijd aanwezig voor meetings.
  • Zorgt voor toezicht
  • Verzorgt het invullen en verder afhandelen van inschrijvingsformulieren voor meetings.

Van een begeleider wordt verder ook verwacht dat deze:

  • Geen alcohol (en ook geen tabak) gebruikt tijdens het begeleiden van atleten.
  • Indien mogelijk de trainingen van zijn atleten bezoekt.
  • Deel neemt aan de vergaderingen en eventuele andere overlegvormen die binnen de vereniging worden georganiseerd.
  • Bij afgelasting of wijziging van een meeting zorgt voor tijdige kennisgeving aan de coördinator en aan de trainers.
  • Wangedrag of andere problemen rapporteert aan de coördinatie of vertegenwoordiger van de vereniging. Bij wangedrag van de jeugdatleten worden tevens de ouders/verzorgers ingelicht.
  1. Gedragsregels voor de juryleden

  • Ga gepast om met vragen of opmerkingen van trainers en atleten.
  • Kinderen zijn geen volwassenen in pocketformaat, ze hebben een eigen aanpak nodig!
  • Ga niet in op provocerend gedrag. Bespreek na de wedstrijd eventuele bemerkingen.
  • Geef steeds blijk van sportief gedrag.
  • Wees gul met complimenten.
  • Stimuleer fairplay en wees zelf fair.
  • ‘Speel’ met de toepassing van de reglementen naar gelang de leeftijd van de atleten.
  • Zorg ervoor dat het plezier van de jeugd in de wedstrijd niet verloren gaat door te strenge of ongepaste beoordelingen.
  • Wees beslist, objectief en beleefd bij het beoordelen van een wedstrijd.
  • Formuleer, indien nodig, voorstellen ter verandering van de reglementering bij de commissie sportreglementen van de federatie.
  1. Gedragsregels voor de supporters

  • Veroordeel elk gebruik van geweld.
  • Wijs medesupporters en anderen op een rustige manier op een fair gedrag.
  • Geef applaus bij een goede prestatie van zowel uw eigen atleet als van andere atleten.
  • Toon respect voor tegenstanders. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn.
  • Maak een kind nooit belachelijk en scheldt het niet uit als het een fout maakt gedurende een wedstrijd.
  • Respecteer de beslissing van de juryleden.
  • Moedig de jongeren altijd aan om zich aan de spel-/wedstrijdbepalingen te houden.
  1. Gedragsregels voor de vrijwilliger

Voor elke vrijwilliger, wel of niet atletiek betrokken, geldt dat zij een belangrijke rol spelen in het slagen van de gedragscode.

  • Dient er op toe te zien dat de ruimtes die gebruikt worden tijdens de activiteiten netjes en schoon worden achtergelaten.
  • Neemt bij constatering van wangedrag, overtredingen van de gedragscode e.d. contact op met de begeleider van de desbetreffende atleet of indien dit niet mogelijk is met een vertegenwoordiger van de vereniging.
  • Fungeert als voorbeeld en gedraagt zich te allen tijde sportief.
  • Maakt geen opzettelijke verbale of non-verbale beledigingen naar anderen, kwetst niemand opzettelijk.
  • Heeft respect voor anderen en is zuinig op kleding en materialen.
  1. Alcohol, tabak en drugs

Het geven van het goede voorbeeld door volwassenen is van groot belang. Omdat het voorbeeld niet alleen volwassenen betreft, maar in heel veel gevallen juist jonge kinderen, dienen onderstaande zaken apart genoemd te worden:

  • Alcohol en tabak zijn middelen die onze gezondheid schaden. Gebruik ze met mate en zeker niet rond de piste of in de kleedkamers. Wees er van bewust dat het gebruik van alcohol en tabak in het bijzijn van jeugd een slecht voorbeeld is voor de kinderen.
  • Het is ten strengste verboden te roken in de kleedkamers en de kantine.
  • Drugsbezit en drugsgebruik in en om de piste, kleedkamers en kantine is niet toegestaan en zal direct leiden tot een toegangsverbod.
  1. Sancties

Overtredingen van de gedragsregels leiden tot sancties opgelegd door de vereniging, treedt in eerste instantie het bestuur (schendingen door trainers, bestuursleden, juryleden, ouders) of de trainer/sportief verantwoordelijke (schendingen door atleten) op en komt men tot een gepaste sanctie.

Afhankelijk van de ernst van de overtredingen worden passende maatregelen genomen. Sancties worden naar omstandigheden en leeftijd aangepast. Er zal zoveel mogelijk gezocht worden naar passende taakstraffen die overeenkomen met het geconstateerde gedrag.

Overtredingen tegen de spelregels kunnen leiden tot sancties die worden opgelegd door de VAL. De kosten worden door de vereniging aan de betreffende atleet doorbelast; bij in gebreke blijven volgt tevens een deelnameverbod.